Met hun eigen eenzaamheid geslepen
Als ze de blauwe wijnen drinken
En zich schaven aan het glas, lachen
Hun monde van gebroken hartelust.
Ze vermoeden de zonnestralen op het
Water in hun leven,
De krokodillentranen bij een kind,
Hun dorst word gelest met windmolens,
Omdat ze mij niet vermoeden.
Ze hebben het verkeerde vermoeden geleerd.