Soms word de angst mij teveel
Dan verstikt het mij in een grijpende omhelzing
Als een wolf besluipt het mij wanneer ik
Mijn ogen half sluit tegen het felle licht
En ik zeg je niet meer dingen van houden van
Of liefhebbende koosnaampjes
Ik beroer niet meer de fragiele bladeren
Van onze bloemen die zorgvuldig geplant zijn in onze tuin
Je gekwetste blik is als glasscherven in mijn handen
Die ik stevig dichtknijp in mijn ongenoegen
Je woorden bereiken koude muren in mijn ogen
Terwijl daarachter watervallen de wegen overstromen
Ik zou met mijn bebloede handen een dahlia voor je willen plukken
Met dauwdruppels op haar vele armen
Met mijn mond half open zou ik je dan toefluisteren
Of je weer hand in hand onze zee in wil lopen